geselecteerd als gefixeerd bericht

beste lezer

Met plezier verwelkomen wij u op onze weblog, al vinden we ‘weblog’ een aartslelijk woord.
We hadden ook zomaar een van de vele weblogs kunnen zijn, maar we opteerden voor de originaliteit. We hopen u wat te kunnen verwarmen in deze tijden van verzuring, vergrijzing, commerciële leegten, angst en alle andere plagen van Egypte.(het was toch Egypte?)
Met de nodige humor en scherpe pen willen we het u mogelijk maken om u eens te laten terugtrekken in onze gezellige leeskamer, met haardvuur, Wayne Shorter op de achtergrond en de huisvrouw aan de strijkplank. Neem je tijd, ontspan, zak stevig door in de bureaustoel en vergeet even de wereld rondom je.
Want fantasie is een basisbehoefte. En die willen wij u aanreiken.
Veel plezier

WouterenNiels

15 November 2006
By on 04:09
zaterdagochtendkip

Zaterdag,de dag waarop wakker zijn kunst werd. De slager floot een liedje en onteigendede kip vrolijk van borst en vleugels. “€5.48”.

Hij werdwakker, te midden de mensen, het gefluit en de vleugels van de zopas vrolijkuiteengereten kip. Even leek de hele beenhouwerij stil te worden en hem aan testaren alsof nu pas duidelijk werd hoelang hij al met die kinderen in zijnkelder zat. Maar er zaten geen kinderen in de kelder en dus ging de rest van deklanten rustig verder met het uit de doeken doen van de dagelijksegebeurtenissen van Maurice, Marcel en de andere onpopulaire sluitspierproblemenhebbende medebewoners van het rustoord, waar ze allen toch op een dag door dedood zouden opgehaald worden, met of zonder sluitspierproblemen. Enkel deslager stond hem nog zo ergens tussen beteuterd en ongeduldig aan te staren,waarop hij de arme man maar een briefje van €10 in de hand duwde en het daarnaop een lopen zette.

Hij hieldhet snel voor bekeken, dat lopen en net zoals de verse regen nogal snelopdroogt op warme zomerse dagen begon ook zijn ademhaling al snel weer normaalte functioneren. Met de snelle recuperatie van zijn ademhaling besloot hij danmaar op een door auto’s omsingeld bankje, datmeer weg had van een grote bloempot, neer te gaan zitten. Even nog dacht hij aan het boodschappenlijstje datergens diep in zijn binnenzak langzaamaan richting vergetelheid zonk, maardaarna viel hij stil. Gedachteloos zat hij daar.

Honderdsten,seconden en uiteindelijk ook uren gingen voorbij. De wit-ziende zon maakte deeerste winterse frisheid wat goed en vormde de perfecte achtergrond voor deimmense stilte die door de afwezigheid van andere mensen werd gecreëerd. Hetmoeten vast geen hoogdagen geweest zijn voor de plaatselijke spar, maar ondankshet langzaam wegkwijnen van zijn boodschappenlijstje kwam het door zijn gebrekaan gedachten niet bij hem op om als goede daad voor die maand, de plaatselijkemiddenstand eens een hart onder de riem te steken.

Het duurdenog tot het wachten bijna voorbij was eer enkele passanten teken van levenkwamen geven, wat hij op het eerste zicht niet zo meteen doorhad, maar dat zaleerder gelegen hebben aan het feit dat ze achter zijn rug om passeerden enmensen nu eenmaal niet in staat zijn om als uilen hun hoofd 360° te draaien zonderde pijp aan Maarten te geven, dan aan zijn gedachteloosheid.

°

“Dagmadamtje.” De bakker glimlachte zijn volledig gebit, inclusief restjes spek eneieren, bloot. Ze moest wel teruglachen. Haar schoonheid verborg deonoprechtheid van haar tandententoonspreiding en stelde de bakker enigszinstevreden. Lopen zat er met die gigantische kater van de dag ervoor niet meer inen dus betaalde ze maar gepast vooraleer de over haar lijfgeur, die meer meehad van een plakkerige toog die dringend een poetsbeurt nodig had, bezorgdeoma’s, tantes en andere aanhangsels het al te bont zouden gaan maken.

“Respectbegint bij het verzorgen van je leugens.”had haar moeder haar ooit wijsgemaakten dus was het horen dat dochterlief met nogal een sterke drankgeurgesignaleerd werd de dag nadat ze naar een congres over de verloedering van hetkabinet van volksgezondheid was geweest, helemaal niet nodig. Hoe dan ook,ondertussen stond ook zij al met haar niet zo fris ruikende snoet in dewit-ziende zon te blinken.

Denkend.Denkend aan wat ze gisteren weer allemaal had uitgekraamd en ingenomen aanalcoholische en geestesverruimende substanties. Aan de nieuwe en duidelijkonervaren barman, die ze zonder enige moeite rondom haar vinger en bijhorendering had gedraaid en hoe ze zo alweer eens een nakende financiële crisis hadvermeden. Of hoe ze die kerel van vroeger op de wijk professioneel genegeerdhad, ondanks zijn hoogstwaarschijnlijk allerbeste bedoelingen en ongetwijfeldaangename sociale dronkenschap.

Enuiteindelijk ook gewoon aan niks.

°

Ondertussenzat ook hij daar nog altijd zomaar wat te zitten, gedachteloos, maar met steedsmeer beelden die voor zijn ogen op het etalageraam van de plaatselijkelingeriewinkel werden geprojecteerd. Vogeltjes trippelden rustig, maar tochzoveel meer van pluimen en poten voorzien dan hun onfortuinlijke collega diemorgen bij de slager, in het rond. Net zoals de enkele voorbijgangers zagen zehoe hij als een perverse oude man naar de lingerie-etalage zat te staren. Hijwist wel beter. De echte perverten dat waren die gastjes met hun gelkapseltjesen jeansbroekjes die persoonlijk verantwoordelijk konden gesteld konden wordenvoor het veranderen van vele lieve meisjes vol kwaliteiten en mogelijkheden, inwereldschuwende overgate-sletjes, inclusief klakskes-fanclubs enfuck-me-botjes. Maar als mens op zijn wereld was hij er zich van bewust datwegens het nog in hun bed liggen van de echte perverten, de minimumgrens voorperversiteit heel wat lager kwam te liggen en zodoende zijn etalagegestaar zichwaarschijnlijk balancerend op die grens begaf. Uiteindelijk kon het hem weinigtot matig boeien. In zijn beeldenwereld was de etalage alles behalve pervers.

°

Een knikje,meer niet. Zijn gedachten schoten langzaam en piepend maar zeker op gang.“Hallo, kom erbij.”

Ze lachte,iets meer gemeend dan even daarvoor bij de bakker, maar dat was waarschijnlijkaan het ontbreken van spek en eieren tussen zijn en in zijn lach te wijten.Even nog bekeek ze onderzoekend de rest van het tot parking getransformeerdemarktplein, maar wanneer duidelijk werd dat er niemand die dag nog van plan wasbuiten te komen, ging ze naast hem zitten.

Ze kekenvoor zich uit en ook in haar perceptie veranderde de lingerie-etalage langzaamin een beeldscherm waarop, voor al wie dat aanging, hun hele gesprek zou wordengeprojecteerd .

Maar erkwam niks, geen woord.

Af en toeopende er een mond, die dan even zo open bleef staan, maar daar bleef het danook maar bij. Beeld zonder klank.

Tweegekrulde hoofden, de een al wilder dan de ander, onrustig voor zichzelfuitstarend, wachtend op dat ene verlossend zinnetje dat al de verwarring vanhet voorbije rondgestaar zou doen vergeten. Een simpele: “Hoe haat het nog metje?”, die een hele diareeks van hun beide levens sinds ze uit dat van de anderverdwenen waren zou op gang brengen.

Maar hetbleef stil.

 

°

 “Hoe gaat het nog met je?”. Ze draaide haarhoofd. Krulletjes zwaaiden over haar gezicht en stelden bij het halt houden vanhaar hoofd als professionele theatergordijnen weer die glimlach tentoon.

“Ik heb eennieuwe vriend.”

“Leuk voorje.”

Evendreigde de stilte weer de overhand te nemen, maar hij was vastbesloten geen 2dekeer de stilte zijn lot t laten bepalen.

“Nee echt,dat vind ik nu eens leuk voor je. Dat heb je verdiend.” Een cynische ondertoonleek het te gaan halen van de stilte, tot plots een traan de glimlach endaarmee alle cynisme en stilte wist te verdringen.

“Het spijtme.”

1 November 2006
By on 23:18
1 en al gewandel

Het was één en al gewandel wat ik deed. En het deed erniet toe waarheen. Soms gebeurd het dat om ,door of tegen je wil in iets van jeword afgenomen en dan is de enige denkbare remedie wandelen. Na de wandelingspoel je best alles nog eens door met een frisse pint of een van de 18bestaande soorten Looza en daar moet je het dan mee doen. In deze tijden vanterrorisme en ter-hulp-schietende koks is het ongeoorloofd om langer dan eenhalve dag bij de pakken te blijven zitten. Want er is altijd werk of iets andersom handen.

Het was vreemd wandelen, het “people are strangewhen you’re a stranger”-gehalte stak ver boven het gemiddelde uit. Maar wegenshet gebrek aan bus of trein bleef ik onverwoed doorgaan.

Ergens halverwege vroeg een man me om de tijd enik vertelde dat ik hopen tijd had maar dat ik er hem geen kon geven omdat ikniet van lafaards hou. Dat het maar een halve waarheid was die ik hem verkochtvertelde ik er niet bij. Ik haat namelijk lafaards, vooral diegene die het lefniet hebben je nog aan te kijken, maar omdat ik niet graag haat -er word alzoveel gehaat- liet ik dat maar in het midden.

Ik dacht ook veel na. Eerst over de vlek op mijnbroek en later over hoe het nu verder moest met de wereld. Ik dacht ook overmezelf en wat er gebeurt was. Maar ik raakte er niet uit.

En de mensen keken, van achter de gordijnen ofgewoon aan via een openstaande voordeur. Overal zag ik glurende mensjes,meestal oude vrouwtjes van rond de 72 en een half jaar. Waarschijnlijkmompelden ze dat ze het zelf ook allemaal niet meer wisten, maar dankzij deisolatie die dubbel glas biedt ontaarde het collectief gemompel niet in eentotale chaos.

Ook in de wagens staarden de mensen. Maar watmeer opviel was hoe verbeten enkele chauffeurs weigerden hun blik af te wenden.

Het kon mij allemaal niet echt raken, want ikwandelde. En ik had trouwens al problemen.

De rest van de wandeling werd afgewandeld en dezoektocht naar de frisse pint kon beginnen.

15 October 2006
By on 21:31
herinnering

Naastde vervelend zoemende vliegen en hun benen-wijd-openspreidende bloemen brachtende eerste zonnestralen naar jaarlijkse gewoonte ook weer de goudgele en naarmeiklokjes geurende koppeltjes met zich mee, die vanaf dan weer samen enonafscheidelijk door de straten en parken van de stad begonnen te dartelen. Ophet platteland hadden ondertussen ook de boeren al hun schuren uitgemest zodatonkuise praktijken nooit het verse zonlicht meer hoefden te halen en in hetdiepste van de hooizolder verborgen konden blijven.

Hetwas in deze omstandigheden dat mijn pessimisme lichtjes zijn smeltpunt bereikteen ik me zowaar wat vrolijk ging voelen, misschien was dit jaar mijn tijd welaangebroken om samen met de andere bloemetjes en bijtjes in de wei te gaanspelen. Maar tot het zover was moest ik blijven genieten van het gedartel vanmijn collega-mensen.

Hoeweleen kleine dosis jaloesie zich al via mijn rode bloedlichaampjes endiepvries-vers griep-virus begon te verspreiden, kon ik er toch vrede mee nemendat ik nog steeds niet tot het rijk der vrolijk rondhuppelende tweespannenbehoorde, het gras zal wel altijd groener zijn aan de andere kant van deheuvel.

Enigzinsgeprikkeld door het lentense gebeuren begaf ik me blootvoets in de wijde wereldvol zonovergoten kommer en kwel. Mijn pad kruistte lafaards en bedriegers, dieje alles zouden ontnemen waar je zelf bijstaat en toch zouden beweren dat hetje eigen schuld was en zwarte ekster-achtige vogels die de eieren van echteeksters honderden meters hog de lucht invlogen om ze dan met een luide plets degrond te laten raken en dan vrolijk met hun bekje de eiresten naarbinnnezuigen. Maar zelfs al deze zwarte schepselen der natuur was ik gunstig envergevingsgezind.

Wanthet werd lente.


By on 20:49
capitalism

"A fatheronce told his little boy: “Capitalism is like one big family. The father is thebig boss, he brings in the money. The mother is like the government, she takescare of the people and deals with the finances. The nanny is the working class,she works for the big boss. The big brother is the future. The little boy, you,represents the regular people who try to live and understand wat happens inthis capitalist family. “

One day thelittle boy got frightened by something he saw on tv and crapped his pants. Hewent searching for his mother but she was asleep so he ran up the stairslooking for the nanny. As he passed the bathroom he heared his nanny makingstrange noises and looked trough the key-hole where he saw his nanny and hisfather playing a game he could not better discribe as horsebackriding. Confusedas he was, he went on and searched for his big brother to explain him wat wasgoing on, but his older brother was nowhere to be found.
Half anhour of intense searching later he sat down in the sofa, his pants still filledwith poo when suddenly, everything became clear. He finally understood howcapitalism worked.
Thegovernment sleeps while the big bosses screw the working class. There is nofuture and we have to deal with this shit."

Tony Crow (lambchop)

 

16 August 2006
By on 12:15
verblindend wit

Bijnaverblindend restte zijn computerscherm als enige licht in de huiskamer. De tijdwas hij al lang weer uit het oog verloren en zelfs al was dat niet het gevalgeweest dan interesseerde het hem al lang niet meer hoe laat het dan ook welmocht zijn. Het enige wat hem die nacht eigenlijk ook maar een beetje konboeien was het witte van het digitale blad dat hij voor zich in zijn scherm zagen zelfs dat was dan enkel en alleen maar door wat hij gehoopt had er op tekunnen lezen voor hij richting zijn bed vertrok.
Hij hadzichzelf voorgenomen zijn hoofd volledig te ledigen om met als resultaat eenmagistrale roman, uitgetypt en gecorrigeerd, naar dromenland te kunnen trekken.Maar net ergens halverwege de reeks letters die achteraf een prachtige romanzouden moeten gaan worden, werd het hem duidelijk dat de toekomst er voor diewelbepaalde letters in die volgorde niet rooskleurig uitzag, althans niet alsroman, en was hij met zijn vingers maar tien minuten blijven steken op dedeleteknop met als resultaat het witte licht dat nu de hele huiskamer verlichteen op andere mensen waarschijnlijk het effect van een kortdurende verblindingzou hebben.
Zijngedachten dwaalden ondertussen, ontkennend op de opmerking dat de roman welnooit zou zijn wat hij moest gaan worden, verder af richting de gebeurtenissendie in de letters verborgen zaten, enkel decodeerbaar door mensen die de kunstvan het lezen beheersten. Die gebeurtenissen, deels de zijne, deels fictieve,die net dat waren waarvan zijn hoofd geledigd moesten worden leken langzaammaar zeker opnieuw een reis aan te vatten door zijn hoofd. Een ongeplande reis,dat wel, maar daarom niet minder intensief.
Tijdens diereis zag hij haar staan. Zij was ook op reis. Ergens in zijn hoofd.
Gepakt engezakt stond ze klaar om het vliegtuig te nemen. Vluchtig keek ze rond haarheen. Ze had hem niet zien staan. Hij haar wel. Anders had hij ook nooitgeweten dat ze gepakt en gezakt vluchtig rond haar heen stond te kijken. Zekeek alsof ze zijn starende ogen zachtjes en met lichte schokjes in haar rugvoelde priemen. Maar afgezien daarvan had ze van zijn aanwezigheid geen flauwbenul. Dat gepakt en gezakt zijn raakte ze even later van af, door haar bagageop zo’n lopende band neer te zetten, maar het klaarstaan bleef verder duren.Minuten, kwartieren en uren lang. Een eeuwigheid zo leek het haar, een schim zoleek het hem. Maar ze stond er. Daar zo in de vertrekhal van zijn hoofd.
Op dekruising van waar zijn gedachten het computerscherm moesten binnendringenwachtte ze hem nietsvermoedend op. Zoals hij haar in de voorbije week velemalen en meestal zonder resultaat had opgewacht.
Dat wasooit anders geweest. Ooit werd ze meerdere malen overvallen door zijn warmehanden die grondig maar subtiel haar lichaam hadden afgezocht naar plezier.
Maar nustond ze daar. Zomaar in zijn hoofd. Hem negerend, zoals ze dat ook die velemalen dat hij haar opwachtte had gedaan.
De kloktikte verder. En hoewel hij geen interesse toonde voor hoe laat het dan ook welal mocht geweest zijn, werd hij door zijn schermbeveiliging hardhandig op hetuur gewezen. Onbewust ging hij even met zijn vinger over het muistouchpad om zoweer verder verblind te worden door het wit van zijn digitaal blad.
De rest vande reis was een flard. Een hoofdstuk dat misschien beter nooit geschreven werden dat waarschijnlijk enkel geweest is in afwachting van haar terugkomst. Haarterugkomst uit zijn hoofd om zo enkel nog als herinnering in zijn hoofd vermeldte worden. Een hard afscheid. Maar o zo nodig leek het hem achteraf.
03:56

14 August 2006
By on 20:34
The Flaming Lips (04-06-2006 vooruit – gent)

Met nog eenkatertje van de dag ervoren en een opgegeven hoofd begaf ik me die dagfietsgewijs naar de locatie van mijn zelfgekozen en aan mezelf geschonkenverjaardagscadeau: een optreden van the Flaming Lips.
Vreemdgenoegis de Flaming Lips zo een van die bands die me muzikaal zeer sterk kan bekoren,maar waarin ik me nog nooit echt heb verdiept, waardoor de late keuze van mijnverjaardagscadeau deels verklaard kan worden. De vorige verjaardag bracht ikook uitgerekend hier in de vooruit door, meerbepaald op een lacrimosa-optreden,weer zoiets waarvoor ik er nog steeds de tijd niet heb gevonden het eens aaneen grondigere muzikale analyse te onderwerpen, maar het ging over the FlamingLips, dus laat ons het daarop houden. Ondanks het nog niet uitgevoerd hebbenvan die grondige Flaming Lips analyse zou ik me nu ook weer geen Flaming Lipsleek noemen, ik wist heus wel dat yoshimi hem niet zou laten opeten door dieevil robots of dat hij de wereld gerust zou laten ontploffen met a flick of aswitch en dat het ook maar allemaal mensen zijn met levens en kinderen, maarwat ze live konden betekenen had ik geen idee van.
Anyway,first things first, het voorprogramma: Midlake.
Ik herinner me nog datik me ook toen weer stond af te vragen waarom het voorprogramma zo snel wordvergeten eens de hoofdact begint, en het antwoord daarop leek me toen nog nietzo helemaal duidelijk. Midlake had een groot videoscherm bij met allerleiprachtig in elkaar geknutselde filmpjes en speelde prachtige nummers. Zeklonken overtuigend, fris, misschien wat minder vernieuwend maar wel heelsterk! Eerlijk toegegeven was ik misschien nog niet volledig gefocusd maar dathad meer met de jenever van de dag ervoor te maken dan met de kunsten van degroep zelf.
De vraag die ik even voordien nog moeilijk op te lossen vondwerd me weeral eens duidelijk bij de eerste noten van the Flaming Lips: VOLUME!
Maar hé, the Flaming Lips waren meer dan volume! The flaminglips waren  ‘a race for the price’ metbalonnen, confetti, slingers, marsmannetjes, wonderwoman, kerstmannen,gigantische pilluchtn, videoscherm, microfooncamera en veel meer dan dat. TheFlaming Lips waren feest!
Zelden zag ik een band zo bij de eerste noten het publiekgewoon wegblazen en toch zo eerlijk blijven. Handmatig bediende high en ietslowere tech-machines zorgden voor het niet tekort doen van de visueleperceptiemogelijkheden en al snel raakten we met yoshimi battles the pinkrobots aan een meezing- aka kippenvelmoment. De eerste lading balonnen was zolangzaamaan volledig leeggeprikt maar dat kon de sfeer niet bedaren. WayneCoyne had het over positieve stralingen die duidelijk voelbaar waren tijdens deongelofelijk aanstekelijke als-ik-nu-eens-lekker-egoistisch-mag-zijn-yeah-yeah-yeah-song,een Engelse man vroeg zijn vriendin ten huwelijk en zo ging het maar verder.Meer meezingnummers, meer confetti, meer slingers en vooral meer prachtigemuziek. Zoals daar zijnde ‘she don’t use jelly’, the flaming lips’ eerste hitdie even onderbroken werd door het opblazen van een reusachtige met confetti enslingers gevulde ballon, die boven de hoofden van de eerste rijen publiek totontploffen werd gebracht, wat daarna gewoon nog eens herhaald werd omdat Waynezelf niet zo tevreden was over de eerste ballon (eerlijkheid duurt het langst).The flaming lips verveelden geen minuut en zelfs moesten ze dat doen dan was ernog de prachtige randanimatie en het tweede huwelijksaanzoek, dit maal eenvrouw, nouwja meisje (zangers/gitariste van the hongkongdong, zie vorigconcertverslag) die haar vriend Parij met een veel te schel geroep naar hetpodium riep en ten huwelijk vroeg waarop ze door hem onder staande ovatie (veelzitplaatsen zijn er nu ook weer niet in de vooruit) van het podium gedragenwerd. De flaming lips keerden nog een laatste keer terug om het magistrale ‘aspoonful weighs a ton’ te brengen en dat was dan jammergenoeg al dat. Ondanksde eigenlijk redelijk lange duur van het optreden (ik denk een kleine 2 uur,maar ‘k hebbet jammergenoeg niet getimed), was het toch net ietsje te vroeg gedaan,maar kom. Laat mij stellen dat the Flaming Lips een van de betere optredens wasdie mij al de eer vielen en dat u bij deze verplicht wordt om ze bij eenvolgende passage in de buurt te gaan bekijken.

27 June 2006
By on 20:23
The Hongkongdong (03-06-2006 bierpompe – wervik)

Altijd leuk, zo eens van bij je thuis uit optredentjesbekijken. Zo ook op mijn eigenste verjaardag. Nog leuker wordt het wanneer jede groep zelf hebt kunnen kiezen (weliswaar met beperkt budget, waardoor zowelals morrissey als the cure plots geen meer tijd hadden, the flaming lipsdaarentegen wilden wel even in die andere bijna-thuisstad van mij komen spelen,later meer daarover.)
En zo kwam het dat ik met net nog geen stuk in mijn voeten opmijn verjaardag in de bierpompe naar een van de betere Gentse bandjes stond tekijken. Ik herinner me nog dat ik het de eerste keer (in de Video te Gent wasdat als ik me goed herinner) wat moeilijk had met de Hongkongdong. Het leek menet allemaal iets te hip, teveel moog en de stem kon me toen niet echt bekoren.De tweede keer daarentegen beviel me ondanks de slechte geluidsafstelling alstukken beter. Vandaar ook dat het me geen slecht idee leek om ze eens uit tenodigen voor een optredentje in de bierpompe.
En zo geschiedde het.
Met een halve liter geuze in de hand staken ze af met hetvolgens mij van de beatles gestolen ‘we think we don’t u’. Een prachtig nummerweliswaar, maar ook hier was de geluidsafregeling niet optimaal en al snel zagik verschillende vertrouwde bierpompe-gezichten wat angstig rond zich heenkijken.
Deze twijfel werd weliswaar meteen van hun gezichten geveegddoor het net iets hardere (ditmaal dankzij de misschien iets luideregeluidsafstelling) gitaarwerk van ‘8 down and two to go’ dat op heel wat meerbijval kon rekenen. Vanaf dan begonnen de verjaardagsomstandigheden zichlangzaamaan meester van me te maken en kan ik me enkel nog het prachtige ‘I’m avirgin’ (yeah right!), ‘If I was to stay’ en bisnummer ‘There’s a nigger in mypants who can dance dance dance’ heel goed herinneren. De rest was ongetwijfeldgoed maar hé, dat was ook met het bier het geval. Wat ik me vooral herinner isdat ik bij de volgende gelegenheid zeker nog eens moet gaan kijken naar theHongkongdong en iets van misschien wel een heel mooie toekomst voor dezedriekoppige band. Verder was er ook nog iets met een Hollands meisje, drank,drank en nog eens drank, maar dat kan ik me niet zo heel goed meer herinneren!Op naar The Flaming Lips dan maar!

 

5 June 2006
By on 20:58
…richting huiswaarts toe

Haar door mij nog altijd niet thuisgebrachte geur vulde het nochtans fel naar rook en bier ruikende parochiezaaltje.
Nietsvermoedend danste ze zich een weg heen en weer tussen de aanwezige feestgangers. Ondanks de dikke zonnebril ben ik er bijna zeker van dat ze mij had gezien, wat ook niet zo moeilijk was. Van alle doelloze rondlopende wrakken zag ik er die avond/nacht toch wel het wrakkigst en meest doelloos uit.
Niemand dacht er echter op dat moment nog aan dat haar zachte bovenste ledematen ooit mijn lichaam als een van de te vast te houden objecten hadden beschouwd. Zelfs mij leek die gedachte wat onwennig, hoewel mijn geheugen, dat emotioneel altijd al een van de sterkere onderdelen van mijn persoon had uitgemaakt, dat zwaar tegensprak.
Doelloze wrakken hebben nu eenmaal veel tijd om na te denken, vooral als ze moe zijn en een van de mooiste verschijningen die ze tot dan toe hadden ontmoet, zomaar zonder iets te zeggen heen en weer voor hun neus voorbijparadeert. Dat was ooit anders.
Misschien hebben we elkaar nooit veel te zeggen gehad, dat valt nog te bezien. De belangrijkste mededelingen waren telkens in een stilzwijgen gehuld. Zoals het inzien wat er aan de hand was tussen ons of de zo uit een film geplukte scène in het station waarbij ze met haar pasgeknipte losse haren naar me toe wandelde en met schuldgevoelens in haar ogen, me tijdens de kus op haar wang influisterde dat ze eens wou praten.
Ik had haar daar in dat rokerig naar bierstinkend zaaltje ook niets te vertellen. Het zicht was me die avond/nacht het mooiste cadeau dat moeder natuur me ooit geschonken had. Kijken was het enige wat enigszins doel gaf aan de avond. Nog steeds hopend dat ze ondanks al mijn flaters me plots weer in de armen zou sluiten, en met die ene alleszeggende kus zou verlossen uit de doelloosheid van mijn wrak zijn.
Maar ondanks mijn lange wachten gebeurde het niet. Ik zou haar nog zoveel willen vertellen, of net ook niet.
De avond ging gewoon verder, zoals ook ik, maar dan niet verder, maar stilzwijgend richting huiswaarts toe.

30 May 2006
By on 09:47
fantoompijn

Ik was er, en dat was bijna belangrijker dan het praten met het meisje zelf. Het praten ging sowieso wat moeizaam, ik was niet in een spraakzame bui. Er was genoeg om haar te vertellen, daar niet van, maar uiteindelijk deed het er niet zoveel toe, want ik was er.Ik was waar ik wilde zijn.
“Waar kwam je ook alweer vandaan?”
“Hoh, ergens helemaal onderaan zo, maar dat doet er niet echt toe”
Ze keek even vreemd op, maar wendde snel weer haar blik af en nipte van haar glas rode wijn. Ik denk niet dat ze er echt van genoot, maar dat ze om mij een plezier te doen ook maar een glas rode wijn besteld had. Ze had het niet hoeven te doen, ik was al tevreden met haar aanwezigheid, maar ik kon het haar ook niet verbieden.
“Ik ben nu hier, dat is belangrijker dan waar ik vandaan kom.”
Aan haar gezicht te zien was dat niet echt het antwoord waar ze op zat te wachten. Maar ik vond dat ik al genoeg had gedaan wat ze van me verwachtte. Dat deed ik altijd. Zo was ik en dat moest maar eens gedaan zijn. Doen wat anderen van je verlangen te doen of waarmee je weet dat ze tevreden zijn kan kwalijke gevolgen hebben, want je houdt het niet vol. Plots lukt het je niet meer en val je uit je rol. De pijn die je dan veroorzaakt kan ik me niet echt inbeelden, ik heb hem enkel maar zelf veroorzaakt, maar de pijn die het veroorzaken van die pijn met zich meebrengt wel.
Misschien woog de pijn die ik door het veroorzaken van die pijn ooit geleden had wel meer door dan de pijn die ik zelf veroorzaakt had, of misschien was die pijn enkel maar een schuldgevoel dat net als alle schuldgevoelens te laat kwam en beeldde ik me de pijn die haar pijn destijds met zich meebracht alleen maar in. Maar dat kan ik nu nog onmogelijk te weten komen. Ze zou het me zeker niet meer willen zeggen en ik zou het waarschijnlijk ook niet meer durven te vragen.
“Ben je er nog?” trachtte ze te vragen. Maar ik had al positief geknikt alvorens ze haar vraag had afgemaakt. Ik had het verbod gekregen van een vriendin om het tegen potentiële liefjes over ex-liefjes te hebben en dus verzweeg ik maar dat ook op dat moment mijn gedachten afdwaalden naar dat andere meisje en de pijn die haar pijn, die ik veroorzaakt had, met zich meegebracht had. Maar ik vrees dat ze mij wel een beetje doorhad.
Het had me veel moeite gekost om haar naar het restaurantje mee te krijgen en dat ik uitgerekend op dat moment met mijn gedachten elders zat, vond ik van mezelf eigenlijk onbeleefd, maar het was zo. Ik was er nog, en dat breidde ik dan ook maar als een vervolg aan mijn positief geknik dat de rest van haar vraag een beetje overbodig had gemaakt.
“Ik ben er nog.”
En ik ben er nog een tijdje gebleven. Toen ik uiteindelijk opstond en mijzelf verontschuldigend wegliep had ik alles uitgedokterd en was ik vastbesloten het haar te vragen. Ik had het recht om te weten of de pijn die haar pijn met zich meegebracht had terecht was, dacht ik. Maar nu we zo weer wat verder zijn, ben ik daar niet zo zeker meer van. Het was haar pijn, en ik moest maar gedaan hebben wat van mij verwacht werd, en er niks om gegeven hebben. Dan had haar pijn heus geen pijn voor mij meegebracht. Of had ik daarvoor in de eerste plaats opgegeven om te doen wat van mij verwacht werd, om later niet nog eens te doen wat van mij verwacht werd?


By on 09:46