Zaterdag,de dag waarop wakker zijn kunst werd. De slager floot een liedje en onteigendede kip vrolijk van borst en vleugels. “€5.48”.
Hij werdwakker, te midden de mensen, het gefluit en de vleugels van de zopas vrolijkuiteengereten kip. Even leek de hele beenhouwerij stil te worden en hem aan testaren alsof nu pas duidelijk werd hoelang hij al met die kinderen in zijnkelder zat. Maar er zaten geen kinderen in de kelder en dus ging de rest van deklanten rustig verder met het uit de doeken doen van de dagelijksegebeurtenissen van Maurice, Marcel en de andere onpopulaire sluitspierproblemenhebbende medebewoners van het rustoord, waar ze allen toch op een dag door dedood zouden opgehaald worden, met of zonder sluitspierproblemen. Enkel deslager stond hem nog zo ergens tussen beteuterd en ongeduldig aan te staren,waarop hij de arme man maar een briefje van €10 in de hand duwde en het daarnaop een lopen zette.
Hij hieldhet snel voor bekeken, dat lopen en net zoals de verse regen nogal snelopdroogt op warme zomerse dagen begon ook zijn ademhaling al snel weer normaalte functioneren. Met de snelle recuperatie van zijn ademhaling besloot hij danmaar op een door auto’s omsingeld bankje, datmeer weg had van een grote bloempot, neer te gaan zitten. Even nog dacht hij aan het boodschappenlijstje datergens diep in zijn binnenzak langzaamaan richting vergetelheid zonk, maardaarna viel hij stil. Gedachteloos zat hij daar.
Honderdsten,seconden en uiteindelijk ook uren gingen voorbij. De wit-ziende zon maakte deeerste winterse frisheid wat goed en vormde de perfecte achtergrond voor deimmense stilte die door de afwezigheid van andere mensen werd gecreëerd. Hetmoeten vast geen hoogdagen geweest zijn voor de plaatselijke spar, maar ondankshet langzaam wegkwijnen van zijn boodschappenlijstje kwam het door zijn gebrekaan gedachten niet bij hem op om als goede daad voor die maand, de plaatselijkemiddenstand eens een hart onder de riem te steken.
Het duurdenog tot het wachten bijna voorbij was eer enkele passanten teken van levenkwamen geven, wat hij op het eerste zicht niet zo meteen doorhad, maar dat zaleerder gelegen hebben aan het feit dat ze achter zijn rug om passeerden enmensen nu eenmaal niet in staat zijn om als uilen hun hoofd 360° te draaien zonderde pijp aan Maarten te geven, dan aan zijn gedachteloosheid.
°
“Dagmadamtje.” De bakker glimlachte zijn volledig gebit, inclusief restjes spek eneieren, bloot. Ze moest wel teruglachen. Haar schoonheid verborg deonoprechtheid van haar tandententoonspreiding en stelde de bakker enigszinstevreden. Lopen zat er met die gigantische kater van de dag ervoor niet meer inen dus betaalde ze maar gepast vooraleer de over haar lijfgeur, die meer meehad van een plakkerige toog die dringend een poetsbeurt nodig had, bezorgdeoma’s, tantes en andere aanhangsels het al te bont zouden gaan maken.
“Respectbegint bij het verzorgen van je leugens.”had haar moeder haar ooit wijsgemaakten dus was het horen dat dochterlief met nogal een sterke drankgeurgesignaleerd werd de dag nadat ze naar een congres over de verloedering van hetkabinet van volksgezondheid was geweest, helemaal niet nodig. Hoe dan ook,ondertussen stond ook zij al met haar niet zo fris ruikende snoet in dewit-ziende zon te blinken.
Denkend.Denkend aan wat ze gisteren weer allemaal had uitgekraamd en ingenomen aanalcoholische en geestesverruimende substanties. Aan de nieuwe en duidelijkonervaren barman, die ze zonder enige moeite rondom haar vinger en bijhorendering had gedraaid en hoe ze zo alweer eens een nakende financiële crisis hadvermeden. Of hoe ze die kerel van vroeger op de wijk professioneel genegeerdhad, ondanks zijn hoogstwaarschijnlijk allerbeste bedoelingen en ongetwijfeldaangename sociale dronkenschap.
Enuiteindelijk ook gewoon aan niks.
°
Ondertussenzat ook hij daar nog altijd zomaar wat te zitten, gedachteloos, maar met steedsmeer beelden die voor zijn ogen op het etalageraam van de plaatselijkelingeriewinkel werden geprojecteerd. Vogeltjes trippelden rustig, maar tochzoveel meer van pluimen en poten voorzien dan hun onfortuinlijke collega diemorgen bij de slager, in het rond. Net zoals de enkele voorbijgangers zagen zehoe hij als een perverse oude man naar de lingerie-etalage zat te staren. Hijwist wel beter. De echte perverten dat waren die gastjes met hun gelkapseltjesen jeansbroekjes die persoonlijk verantwoordelijk konden gesteld konden wordenvoor het veranderen van vele lieve meisjes vol kwaliteiten en mogelijkheden, inwereldschuwende overgate-sletjes, inclusief klakskes-fanclubs enfuck-me-botjes. Maar als mens op zijn wereld was hij er zich van bewust datwegens het nog in hun bed liggen van de echte perverten, de minimumgrens voorperversiteit heel wat lager kwam te liggen en zodoende zijn etalagegestaar zichwaarschijnlijk balancerend op die grens begaf. Uiteindelijk kon het hem weinigtot matig boeien. In zijn beeldenwereld was de etalage alles behalve pervers.
°
Een knikje,meer niet. Zijn gedachten schoten langzaam en piepend maar zeker op gang.“Hallo, kom erbij.”
Ze lachte,iets meer gemeend dan even daarvoor bij de bakker, maar dat was waarschijnlijkaan het ontbreken van spek en eieren tussen zijn en in zijn lach te wijten.Even nog bekeek ze onderzoekend de rest van het tot parking getransformeerdemarktplein, maar wanneer duidelijk werd dat er niemand die dag nog van plan wasbuiten te komen, ging ze naast hem zitten.
Ze kekenvoor zich uit en ook in haar perceptie veranderde de lingerie-etalage langzaamin een beeldscherm waarop, voor al wie dat aanging, hun hele gesprek zou wordengeprojecteerd .
Maar erkwam niks, geen woord.
Af en toeopende er een mond, die dan even zo open bleef staan, maar daar bleef het danook maar bij. Beeld zonder klank.
Tweegekrulde hoofden, de een al wilder dan de ander, onrustig voor zichzelfuitstarend, wachtend op dat ene verlossend zinnetje dat al de verwarring vanhet voorbije rondgestaar zou doen vergeten. Een simpele: “Hoe haat het nog metje?”, die een hele diareeks van hun beide levens sinds ze uit dat van de anderverdwenen waren zou op gang brengen.
Maar hetbleef stil.
°
“Hoe gaat het nog met je?”. Ze draaide haarhoofd. Krulletjes zwaaiden over haar gezicht en stelden bij het halt houden vanhaar hoofd als professionele theatergordijnen weer die glimlach tentoon.
“Ik heb eennieuwe vriend.”
“Leuk voorje.”
Evendreigde de stilte weer de overhand te nemen, maar hij was vastbesloten geen 2dekeer de stilte zijn lot t laten bepalen.
“Nee echt,dat vind ik nu eens leuk voor je. Dat heb je verdiend.” Een cynische ondertoonleek het te gaan halen van de stilte, tot plots een traan de glimlach endaarmee alle cynisme en stilte wist te verdringen.
“Het spijtme.”